20 jaar bezoeker van het dharma-centrum in Huy.

Het is nu  20 jaar geleden dat ik schoorvoetend door de poort heen liep van het dharma- en retraitecentrum in Huy, België. Het Tibetaans boeddhisme interesseerde me al jaren, maar dit was de eerste keer dat ik echt ging kennismaken met de praktijk van deze vorm van boeddhisme. Al zo lang ik me kan herinneren heeft meditatie, oosterse wijsheid en filosofie me geïnteresseerd. Ik kom in mijn boekenkast af en toe boeken tegen uit het begin van de 70-er jaren (Ik was toen nog geen 15) over meditatie en yoga, Krishnamurti  heb ik toen verslonden. Jarenlang heb ik yoga en meditatie, aikido en zazen beoefend. Maar nu had ik het gevoel dat ik thuis was gekomen. In Huy waren op dat moment drie lama’s, lama Karta, lama Zeupa en lama Tashi Nyima.

 

v

Het centrum functioneerde, zeker in die tijd, zeer traditioneel. En dat betekende dat ik voor mijn gevoel in een ander universum stapte. Er werden (voor mij) geheimzinnige rituelen, poedja’s,  uitgevoerd in een vreemde taal, het Tibetaans. De teksten waren wel vertaald, maar meestal in het Frans. Dat schoot voor mij ook niet op. 🙂 Maar het was precies wat ik nodig had. Hier had ik niets aan mijn analytische en dualistische manier van denken en functioneren. Al mijn (boeken) kennis over spiritualiteit liet mij hier in de steek. Ik was overgeleverd aan ‘niet weten’ en ‘ervaren’. Denken en voelen kregen hier geen voet aan de grond. De eerste keren dat ik het centrum bezocht leverden mij steevast een vreemd soort spirituele psychose op. Ik was soms dagen van de kaart, weinig slapen en vreemde vaak zeer symbolische dromen. Later raakte ik wat meer vertrouwd met de energie die het centrum had en op mij uitoefende en kon ik de bezoeken en mijn eigen beoefening meer en meer integreren in mijn leven.

Na ongeveer zes jaar besloot ik niet langer als een soort toerist het centrum te bezoeken, maar ook een serieus engagement aan te gaan. Ik nam toevlucht. Dat is een ceremonie waarin je verklaart boeddhist te zijn en je te verbinden met de boeddhistische leer, de gemeenschap van boeddhisten en de boeddha. Ik had daar de tijd voor genomen, ik wilde voor mezelf zeker weten dat er geen ego-motivatie aan ten grondslag zou liggen. (Voor zover je daar natuurlijk zeker van kunt zijn natuurlijk.) Het was wachten op het juiste moment. Ieder moment dat ik merkte dat ik haast begon te krijgen was voor mij de aanwijzing dat ik nog moest wachten met deze belangrijke beslissing. Haast is voor mij ‘old school’ . Het is verleidelijk om te identificeren met een boeddhistisch imago en te vervallen in wat Edel Maex wel eens bravoure boeddhisme heeft genoemd. Eén van de slimste trucjes van het ego is zich te vermommen als monnik of non, extreme en exotische retraites te doen en vooral ‘beroemde’ leraren te volgen. Chogyam Trungpa Rinpoche heeft daar een prachtig boek over geschreven genaamd “Spiritueel Materialisme doorsnijden”. Ik merkte aan mezelf dat ik heel terughoudend was. (Het zal ook mijn calvinistische opvoeding wel zijn.) Juist die identificatie met het boeddhist-zijn was voor mij jarenlang interessant oefengebied. Ik heb daar al eens eerder een artikel over geschreven genaamd;  Ik ben geen boeddhist. De eerste jaren sprak ik ook niet over mijn boeddhistische achtergrond. Veel mensen in mijn omgeving en op mijn werk wisten niet eens dat ik hier mee verbonden was.  Misschien schoot ik daar ook wel wat in door, de laatste jaren beken ik kleur. Ja, ik beoefen het boeddhisme!

Hoe wilde ik ik nu vorm geven aan mijn boeddhist ‘Zijn’?  Voor mij is het boeddhisme geen geloof, maar een ervaringsleer. Je hoeft niets voor waar aan te nemen in het boeddhisme, je kan alles zelf onderzoeken. En de geest is je belangrijkste oefengebied. En daar is het Tibetaans boeddhisme uiterst ver in ontwikkeld. Voor mij is het een compleet systeem van geestelijke, lichamelijke en energetische ontwikkeling. En het mooie van deze vorm van boeddhisme, net als Zen het mahayana boeddhisme, is dat het gericht is op de ander. Alles wat je leert is niet voor jou alleen, de bedoeling is dat je het doorgeeft aan je omgeving. Ik besloot andere mensen te gaan ondersteunen in hun bewustzijnsontwikkeling. Ik begon mensen te begeleiden in meditatie, ging een uitgebreide coachings- en trainingsopleiding doen om meer en meer taal te ontwikkelen voor de begeleiding van anderen. Dit was het speelveld waar ik me thuis voelde. Geen boeddhistische leraar, maar een begeleider die doordrenkt was met het boeddhisme. Uit het klooster en de marktplaats op.

Drie jaar gelden ben ik op reis in Tibet geweest en heb daar een aantal belangrijke kloosters bezocht. Hier werd mij klip en klaar duidelijk dat ik een karmisch-verbond heb met Tibet en de Tibetanen. Reïncarnatie vind ik een moeilijk onderwerp, maar ik ben geboren in maart 1959. Dat was de tijd van de Tibetaanse opstand tegen de Chinese onderdrukking. Er zijn in dat jaar duizenden Tibetaanse monniken vermoord door de Chinezen. ZHH de Dalai Lama is ook in maart van dat jaar naar India gevlucht. Het zou mijn voorliefde voor dit land, de mensen en de cultuur goed kunnen verklaren.

Vorig jaar overleed mijn dierbare leraar lama Karta. Ik kan geen woorden vinden om mijn dankbaarheid uit te drukken die ik koester voor de lessen die hij mij gegeven heeft. Ik nam toevlucht bij hem vlak voordat mijn eigen vader overleed. Binnen het Tibetaans Boeddhisme is de verhouding leraar-leerling zeer belangrijk, omdat de boeddha gesymboliseerd wordt door de leraar. Hoewel Lama Karta zelfs iets jonger was dan ik ervoer ik hem als mijn spirituele ‘vader’. De dood van lama Karta betekende dat ik een belangrijke reden voor mijn bezoek aan Huy verloor. Lama Zeupa en lama Tashi Nyima nemen op uitstekende manier de plek in van lama Karta, maar mijn root-lama is er niet meer. Ik zal het Tibetaans centrum in Huy nooit helemaal loslaten, maar ik vervolg mijn weg. Een oude liefde kruiste mijn pad. Ik volg nu de lessen van een Dzogchen leraar uit Amerika. Dzogchen is iets minder de geleidelijke weg en precies wat ik op dit moment nodig heb.
Maar ‘Huy’ blijft in mijn hart.

Advertenties

Bloei! Werken aan geluk in organisaties.

Op zaterdag 6 oktober wordt tijdens de Bos Boeddha-dag (Boeddhistische Omroep) het Bloei! boek gepresenteerd. Samensteller Kees Klomp en anderen verzorgen een geweldig programma in de geest van dit boek in Eye Amsterdam.

Ik ben in ieder geval een reuze gelukkig mens! Zoveel inspirerende woorden uit verschillende invalshoeken, maar met een ding voor ogen… Ieder mens wil in essentie gelukkig zijn! Hoe realiseren we dat nu als mens in organisaties?

Mijn bijdrage aan het boek heet: Ik ben geen Boeddhist! En gaat over hoe identificaties met rollen en posities binnen organisaties samenwerking en creativiteit in de weg kunnen staan. En hoe ik daar als leiderschapstrainer en coach mee om ga.

Hoe kijk jij daar eigenlijk tegenaan?

Chinese onderdrukking in Tibet.

Van harte ondersteun ik het initiatief van de Golog Support Foundation .  Ik wil je dan ook graag aanmoedigen je hart te volgen en een bedrag over te maken aan deze organisatie.

Het is al weer anderhalf jaar geleden dat we Tibet bezochten. Voor mij een lang gekoesterde wens. Mijn affiniteit met het Tibetaans Boeddhisme en de Tibetaans cultuur bestaat al een jaar of twintig en eindelijk kreeg ik de kans om zelf te gaan kijken. Wat me naast de prachtige tempels en fascinerende cultuur en woeste natuur ook enorm trof waren de overal aanwezige Chinese militairen. De foto’s hieronder zijn genomen op de Barkhor, het marktplein voor de Jokhang tempel in de hoofdstad van Tibet Lhasa. . Je ziet overal de zwaar bewapende soldaten marcheren en op de daken rond het plein onder de parasolletjes zitten steeds twee militairen het plein en de Tibetanen in de gaten te houden. Erg angstaanjagend en intimiderend.

Steun de Tibetanen en vooral de Tibetaanse kinderen in hun ontwikkeling en gezondheidszorg.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Wij ondersteunen de Golog Support Foundation door 1 euro over te maken voor iedere ‘like’ die we krijgen op de facebook pagina van Mindable.